Keek op de politieke week in West Betuwe 2024/2

Een van de ‘rollen’ van een raadslid is die van volksvertegenwoordiger. In de praktijk betekent dat, dat je soms je boodschappen doen combineert met een gesprek met een ondernemer die trage besluitvorming bij de gemeente ervaart. Zo ook deze maandagochtend 15 januari in de Albert Heijn aan het Maximaplein. Dit alles als gevolg van de beantwoording van mijn schriftelijke vragen over het besluit van het college van burgemeester en wethouders om niet mee te werken aan het principeverzoek van de ondernemer van de AH Maximaplein. Een van de zogenaamde instrumenten die je als raadslid kunt gebruiken is namelijk het stellen van schriftelijke vragen. Dat kan zijn naar aanleiding van informatienota’s, iets wat je gehoord hebt maar ook als er iets opviel in een van de wekelijkse besluitenlijsten van de collegevergaderingen. Het verzoek van de AH ging om het mogen uitbreiden met 150 vierkante meter winkeloppervlak, zonder daarvoor uit te breiden, wel door magazijnruimte in te leveren. Al die schriftelijke vragen en antwoorden zijn trouwens te vinden op de website van de gemeenteraad. Ik ben nog niet echt tevreden met de beantwoording door het college, er komen dus nog een of meerdere vervolgvragen. https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/Raadsinformatie/Vragen-van-de-raad/20240102-Beantwoording-vragen-D66-principeverzoek-AH-Maximaplein-detailhandelsbeleid

Diezelfde maandag15 januari was ik om 15.00 uur op het gemeentehuis voor overleg met onze plaatsvervangende griffier Fatih Őzdere ter voorbereiding op het voorzitten van de oordeelsvormende vergadering 1 op dinsdagavond. Dit in mijn nieuwe rol als voorzitter van deze vergadering. We hebben vorig jaar een  nieuwe verordening vastgesteld voor onze vergaderingen en daar is gekozen om de oordeelsvormende vergaderingen voortaan door raadsleden te laten voorzitten. Daarvoor zaten ook niet-raadsleden voor. Omdat met de nieuwe verordening een aantal voorzitters afvielen hebben ik en een aantal andere raadsleden zich aangemeld. Er is een vergaderrooster gemaakt en deze week was mijn vuurdoop. Voorbereiding vooraf is wel zo handig. In maart mag ik weer.

Die avond kon ik kiezen uit maar liefst drie bijeenkomsten: een platformbijeenkomst bij de AVRI, een regionale avond over gemeenschappelijke regelingen in Culemborg en de West Betuwse auditcommissie. Als benoemd lid van de auditcommissie koos ik uiteraard voor de laatste. Daar bespraken we met de accountant de zogenaamde ‘boardletter’. Fractiegenoot en burgerraadslid Vic Bogerman nam de honneurs in Culemborg waar. Mede raadslid Ingrid Zwaan was als plaatsvervangend lid van de auditcommissie ook naar het gemeentehuis gekomen. Na afloop van de auditcommissie konden we dan ook nog even met elkaar overleggen over de onderwerpen die de volgende dag op de agenda stonden. En even bij de collega fracties van Verenigd West Betuwe aanwippen en die van de SGP begroeten.

Naar aanleiding van diverse mailtjes over de plannen voor een landgoed langs de Lingedijk in Buurmalsen had ik dinsdagmiddag 16 januari telefonisch contact met een van de bewoners van die dijk die zich zorgen maken over de bouw van zes villa’s in de uiterwaarden als onderdeel van dat beoogde landgoed. Het onderwerp zou ’s avonds aan bod komen omdat een van de bewoners namens veel andere bezorgde buurtgenoten ging inspreken. Men was bang dat die avond al door de gemeenteraad een besluit zou worden genomen. Die zorg kon ik in ieder geval wegnemen. Het betreft op dit moment nog een ontwerp bestemmingsplan. Het duurt nog wel even voordat het officieel in de gemeenteraad komt.

Dinsdagavond 16 januari weer twee vergaderingen tegelijk om 19.00 uur. De regionale agendacommissie (digitaal) maar tegelijkertijd was de griffie op bezoek in onze fractievergadering om te spreken over het griffieplan. Gelukkig ben ik niet het enige lid namens West Betuwe voor die agendacommissie. Om 20.00 uur verdeelden we ons over twee vergaderingen die tegelijkertijd gehouden werden. Vic naar oordeelsvorming 2 die na een uur al afgelopen was. Ik de oordeelsvormende vergadering 1 voorzitten, met Ingrid en ons burgerraadslid Pieter van Zoest namens D66 aan tafel. Na de bezorgde inspreker over het landgoed in Buurmalsen stond het initiatiefvoorstel van oppositiepartijen VVD, SGP en CDA over de woningbouw op de agenda. Daar is een kleine anderhalf uur over gediscussieerd. Dat in goede banen proberen te leiden was een mooie uitdaging. Het voorstel kwam niet ongeschonden uit het debat. Er wordt door de initiatiefnemers gewerkt aan een amendement (aanpassing van het voorstel) in de hoop dat er tijdens de raadsvergadering van 30 januari aanstaande een meerderheid voor te vinden is. Er stonden nog meer onderwerpen op de agenda die ook tijd verdienden: Zienswijze over de kadernota van de AVRI, GGD, RAR, de re-integratieverordening participatiewet 2024 en de eerste wijziging Verordening OZB 2024. Bij dit laatste onderwerp ‘durfde’ gezien de tijd niemand meer het woord te voeren. Het was bijna half twaalf toen ik de vergadering sloot. Gelukkig klaagde niemand daarover, de agenda was afgehandeld. Wel een lange zit.

Omdat je na zo’n lange vergadering toch niet meteen de slaap kunt vatten heb ik na thuiskomst met ‘mijn’ wethouder Jan de Geus ons voor Woensdagochtend 17 januari geplande overleg via whatsapp gevoerd. Woensdag dus tot 8 uur kunnen uitslapen.

De Dorpsraad Geldermalsen hield woensdagmiddag 17 januari om 16.30 uur in de foyer van De Pluk haar nieuwjaarsbijeenkomst. Samen met Pieter van Zoest vertegenwoordigden wij D66. Ik had me in de tijd vergist en was een half uur te vroeg (beter dan te laat) maar wist daardoor wel een goed boek te scoren in de bibliotheek. En nog even met kleinzoon Jaydey kunnen kletsen (hij loopt stage bij De Pluk) die achter de bar stond, en later de catering deed bij de nieuwjaarsreceptie.

Donderdagochtend 18 januari was er om 10.00 uur overleg met griffie over een door ons te organiseren ‘expertmeeting’ over het burgerberaad. Samen met GroenLinks nemen we als D66 het voortouw hierbij. In onze participatieverordening is ook een burgerberaad mogelijk maar het vergt wel veel inzet en tijd en geld. Samen met GroenLinks fractievoorzitter Andrea Zierleijn bezocht ik vorig jaar een bijeenkomst over het burgerberaad bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten in Den Haag. Een mooi instrument, maar wel een instrument om wijs in te zetten. We willen in ieder geval dat de gemeenteraad van West Betuwe snapt wat een burgerberaad is en hoe je dat zou kunnen inzetten en wat voor onderwerpen zich daarvoor lenen. Zodat we, mocht een onderwerp zich voordoen, bewust voor een burgerberaad zouden kunnen kiezen. Die informatie hopen we met een expertmeeting op te halen.

Noot 1: Hoe werkt dat, schriftelijke vragen stellen. Raadsleden kunnen via de griffie schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kunnen stellen. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis aan de overige raadsleden en het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen tien werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. Bij complexe vragen kan er eenmalig uitstel gevraagd worden van dertig werkdagen. Soms is een antwoord duidelijk, soms leiden antwoorden weer tot vervolgvragen. https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/Raadsinformatie/Vragen-van-de-raad

Noot 2: wat is/doet de autditcommissie. De auditcommissie fungeert als de ogen en oren van de gemeenteraad. Zij houdt toezicht op de uitvoering van de (financiële bedrijfsvoering) kaders door het college. Vervolgens adviseert zij daarover aan de raad. De commissie neemt dus de controlerende taak van de gemeenteraad niet over, maar zorgt ervoor dat de raad die taak op bepaalde terreinen/onderdelen beter kan uitvoeren. Een ander voordeel van een auditcommissie is dat zij kan optreden als aanspreekpunt voor de controleur van de accountant. Verder houdt een auditcommissie toezicht op de voortgang van de verbeteringen in de (financiële) bedrijfsvoering. Ook stemt zij de diverse onderzoeken van de accountant, het college en de rekenkamer(-commissie) op elkaar af. Dit alles doen we omdat controle van het college van essentieel belang is, maar hoe zorgt een gemeenteraad ervoor dat hij effectief controleert? Niet alle raadsleden hebben kennis van of affiniteit met de gehele bedrijfsvoering, met een jaarverslag of een jaarrekening. Het is dan niet effectief om met de volledige raad de stukken te beoordelen en te bespreken. Verstandiger is het om een speciale commissie in te stellen die deze rol op zich neemt: een Auditcommissie.

Noot 3: De raad heeft een oordeelsvormende voorronde, met tot doel om besluitvorming van de raad over raadsvoorstellen voor te bereiden, door middel van een kaderstellende of oordeelsvormende discussie met fracties en, op uitnodiging, met het college. In de oordeelsvormende voorronde worden ook de raadsinformatienota’s en overige onderwerpen die de raad wil bespreken geagendeerd. In het debat in de oordeelsvormende vergadering komen de verschillen op tafel. Aan het eind van de behandeling van een onderwerp wordt het besluit genomen of het betreffende voorstel door kan naar de gemeenteraad voor besluitvorming. Een enkele keer wordt een stuk als ‘niet rijp’ voor besluitvorming aangemerkt. Het kan dan later weer een keer terugkomen. Als niet iedereen het helemaal eens is met een stuk kan dit ook met een amendement aangepast worden. Dat vergt meer politiek handwerk. Het opstellen van het amendement (met hulp van de griffie) en het meekrijgen van voldoende raadsleden voor dat amendement. Het echte politieke debat vindt dan ook vaak in oordeelsvormende vergaderingen plaats.

Noot 4: Wat is een expertmeeting (en een hoorzitting) Eind 2023 zijn nieuwe reglementen voor ons raadswerk vastgesteld. Zogenaamde verordeningen. Nieuw daarin is de mogelijkheid om hoorzittingen/expertmeetings te houden. Als de raad dit ter uitvoering van zijn taak nodig oordeelt, kan de raad een hoorzitting of expertmeeting houden over beleidsthema’s of maatschappelijke ontwikkelingen. Bij een hoorzitting maken bij het desbetreffende onderwerp betrokken natuurlijke of rechtspersonen hun visie aan de raad kenbaar. Bij een expertmeeting delen deskundigen hun expertise over het desbetreffende onderwerp met de raad. In beide gevallen gebeurt dit op uitnodiging van de raad. De organisatie van een hoorzitting of expertmeeting ligt in handen van de griffier. Een hoorzitting is openbaar. Voor een expertmeeting bepaalt de agendacommissie of deze een openbare of besloten karakter draagt. Een hoorzitting wordt in principe voorgezeten door de voorzitter van de raad. Een expertmeeting kan ook worden voorgezeten door de voorzitter van een raadscommissie of door een externe voorzitter. 

Keek op de politieke week in West Betuwe 2024/1

In het Kontakt stond onlangs een mooie infographic (met dank aan de griffie, de ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad) over wat de gemeenteraad van West Betuwe in 2023 allemaal gedaan heeft (zoals 13 raads-, 14 oordeelsvormende, 20 beeldvormende vergaderingen, 11 bijeenkomsten in verschillende kernen van de gemeente, 19 moties en 13 amendementen besproken, 121 ‘schriftelijke’ vragen gesteld). Daarmee wordt voor inwoners een indruk gegeven van wat wij als raadsleden, namens de inwoners van West Betuwe, zoal doen. Waar je als lokale politicus nou echt mee bezig bent is echter lastig in getallen weer te geven. Met de keek op de politieke week in West Betuwe doe ik een aanzet om iets meer inzicht te bieden.

Het vergaderen begon voor mij als fractievoorzitter in feite nog tijdens het kerstreces met het ‘coalitieoverleg’ op vrijdagochtend 5 januari. Dit is het maandelijkse bijpraatmoment van de vier coalitie fractievoorzitters en wethouders waarbij ook coalitie raadsleden kunnen aanschuiven. Lang niet altijd is het gezelschap vanwege ieders drukke agenda’s compleet. Wel is altijd elke fractie vertegenwoordigd. Sinds kort kunnen we weer vergaderen in het vernieuwde gemeentehuis. Waar we deze keer kennis maakten met de nieuwe (niet meer wegwerp)bekers voor de koffie en thee. En genoten van de klimaatbeheersing die helemaal up to date is. Veel aangenamer dan in de noodvoorziening aan de Kuipershof 4 waar we tijdens de verbouwing van het gemeentehuis jaren op waren aangewezen. Al met al een goede start van het nieuwe jaar.

Het ‘officiële’ vergaderen ging van start op de maandagavond 8 januari met een bijeenkomst van de vertrouwenscommissie. Deze commissie bestaat uit alle fractievoorzitters en we bereiden met ondersteuning van de griffier (voor uitleg zie Noot 1) het jaarlijkse ‘klankbordgesprek’ met de burgemeester als voorzitter van de gemeenteraad voor. Alles wat in deze commissie besproken is, is vertrouwelijk/geheim (tot 70 jaar na dato, aldus de gemeentewet). Deze commissie adviseert ook over de (her)benoeming van burgermeesters.

Dinsdagmiddag 9 januari was de nieuwjaarsreceptie van de Provincie Gelderland, in het Provinciehuis te Arnhem. Vanaf 16.00 uur verwelkomde de waarnemend commissaris van de Koning Henri Lenferink zijn gasten. Waaronder een afvaardiging uit West Betuwe. Het is altijd goed om ‘je gezicht te laten zien’ zoals dat heet. Zeker als het provinciehuis niet echt naast de deur ligt.

Uiteraard was onze burgemeester er, maar ook drie wethouders. Wil Kosterman van Dorpsbelangen, Joke van Vrouwerff van Verenigd West Betuwe en ‘mijn’ D66 wethouder Jan de Geus. Ook Lourens van Brughem van de SGP zag ik, maar die had een dubbelrol omdat hij ook Statenlid is (iets wat bij D66 ondenkbaar en zeker niet toegestaan is: dubbelfuncties in de politiek). Ik reisde heen met de trein via Tiel en gebruikte de reistijd om wat stukken door te nemen. Van de ‘nood’ een ‘deugd’ makend (of twee vliegen in een klap slaand), had ik eerder die dag afgesproken met een in Arnhem wonende vriendin.

Eigenlijk waren het die dag drie vliegen want ik kon mee terugrijden met Jan. Ik werd netjes voor de deur thuis afgezet. En omdat ons wekelijks bijpraatmomentje dit keer in de auto plaats vond had ik opeens een vrije woensdagochtend.

Ook op 9 januari was er om 20.00 uur de beeldvormende bijeenkomst (voor uitleg zie Noot 2) in de Ida Gerhardt Academie, vlakbij het station in Geldermalsen. Lekker dicht bij (mijn) huis, dus na snel gegeten te hebben kon ik er op de fiets naar toe (het was wel stervenskoud). Naast gemeenteraadsleden en burgerraadsleden waren voor het eerste onderwerp, verbouw dan wel nieuwbouw van zwembad/sporthal, veel belangstellenden gekomen. Een vertegenwoordiger van Sportfondsen Nederland gaf uitleg over het onderzoek dat gedaan is naar de mogelijkheden. En we kregen een idee van wat de verschillende opties waarschijnlijk gaan kosten. Het zal aardig wat voer voor discussie gaan geven in de gemeenteraad, bij sportorganisaties en inwoners. Hoeveel zijn wij met elkaar bereid te betalen aan goede sportvoorzieningen? Linksom of rechtsom, inwoners betalen hier altijd aan mee via belastingen dan wel de hoogte van de zwemkaartjes/huren voor gebruik. Het tweede deel van de avond werd besteed aan de bespreking van de nieuwe afspraken over de vele gemeenschappelijke regelingen (voor uitleg zie Noot 3) waar West Betuwe bij betrokken is.

Woensdagavond 10 januari bezocht ik in de hal van het gemeentehuis de bijeenkomst voor omwonenden van een groepswonen locatie aan de Windvaan. Daar komen binnenkort een twaalftal alleenstaande minderjarige statushouders wonen. Zij krijgen 24/7 professionele begeleiding van de organisatie NAAST. De locatie wordt waarschijnlijk meerdere jaren als  kleinschalige woongroep gebruikt.

Vanuit die woongroep gaan de jongeren, met hulp en begeleiding, een nieuw bestaan opbouwen in Geldermalsen. Waarbij school, een bijbaantje en sport kunnen helpen. Niet iedereen die in de directe omgeving woont is blij met hun komst. Bij een eerdere bijeenkomst begin december liepen de emoties hoog op. Berichten hierover in de media konden ook op nogal negatieve reacties op social media rekenen. Helaas geen onbekend verschijnsel zodra het over statushouders of vluchtelingen gaat. Er werden brieven naar college en raad gestuurd en er is ingesproken bij de gemeenteraad. Men voelde zich vooral verrast en had veel eerder betrokken willen zijn. Liefst ook inspraak gehad. Ook tijdens de tweede avond was nog lang niet iedereen blij met de komst van de jongeren. Bij een deel overheerste wantrouwen.

Er waren gelukkig ook inwoners die aanboden om te helpen bij de inburgering. Het blijft jammer dat een dergelijke woongroep zoveel emoties oproept. De ervaring elders leert dat er bijna geen problemen ervaren worden. Omwonenden krijgen in ieder geval het telefoonnummer van de begeleiding op de groep om contact op te kunnen nemen mochten er toch klachten zijn. Ergens in februari, als alle aanpassingen en vergunningen rond zijn, komen de eerste jongeren. Ondertussen kijk ik en velen met mij met spanning uit naar de behandeling van de spreidingswet door de eerste kamer. Hopelijk lukt het de senatoren een wijs besluit te nemen waardoor het huisvesten van vluchtelingen en statushouders gelijkmatig verdeeld over Nederland plaats gaat vinden en verhitte discussies zoals nu over de huisvesting van de jongeren aan de Windvaan dan hopelijk tot het verleden gaan behoren. 

Donderdag 11 januari heb ik genoten van een geheel andere bijeenkomst. Het speeddaten van (burger) raadsleden met 55 leerlingen van Scholengemeenschap De Lingeborgh. Samen met Pieter van Zoest vertegenwoordigde ik D66. De vierdeklassers hadden het met ons over 8 onderwerpen waaronder het toestaan van alle drugs, dat op speciale feestdagen er mag worden gedronken door mensen van 16 jaar en dat Nederland geen vluchtelingen meer moet toelaten want Nederland is al vol genoeg. Kortom, fikse stellingen die minder heet gegeten werden dan opgediend. Want bijvoorbeeld ‘echte’ vluchtelingen mochten toch wel Nederland binnen. En dat alcohol beter niet door jongeren gedronken moest worden, ja, dat wisten ze eigenlijk ook wel. ‘Je hersenen blijven zich ontwikkelen ook tot je 21e of 23e’ dus voor die tijd moest je eigenlijk geen alcohol drinken. Weer een geslaagde en uitstekend door de griffie (en de school) georganiseerde activiteit.

Vrijdag 12 januari stond het ‘vernieuwbouwde’ gemeentehuis centraal. ’s Middags om 14.30 uur met de officiële opening waarvoor de waarnemend commissaris van de koning zelfs naar het meest westelijke deel van Gelderland was afgereisd. Hij wees op het bijzondere feit dat de vernieuwbouw praktisch binnen het budget was gebleven en dat er in tegenstelling tot wat gebruikelijk is geen wethouder gesneuveld was. Met dat laatste, met Jan de Geus als verantwoordelijk wethouder, ben ik uiteraard heel blij! ’

s Avonds volgde vanaf 19.00 uur de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie. Het moment van het jaar om te netwerken, en een mooie gelegenheid om, net als eerder al die middag, een aantal mensen toch even een persoonlijke rondleiding te geven. Lof alom voor het resultaat.  

De week heb ik afgesloten met een bezoek aan de nieuwjaarsbijeenkomst van de Scouting op zaterdag 13 januari. Ook daar weer veel bekende gezichten en gesprekken. En de roep om snel duidelijkheid over de toekomstige huisvesting. Iets waar meer organisaties in de gemeente om vragen. Er valt nog genoeg te doen.

Noot 1: De griffie is de ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad, de griffier staat aan het hoofd en neemt in gemeenteland een bijzondere positie in. De griffie ondersteunt, adviseert, positioneert en faciliteert de raad. Dit doet de griffie voor de gemeenteraad als geheel, maar ook voor fracties, burgerleden, individuele raadsleden en de voorzitter van de raad (de burgemeester). De griffie zorgt er mede voor dat de gemeenteraad zijn drie hoofdtaken (volksvertegenwoordiging, controle van college en kaderstellen) zo goed mogelijk kan uitvoeren. Dit alles om besluitvorming in de gemeenteraad zo goed mogelijk te waarborgen. Daarnaast werkt de griffie ook voor de inwoners van de gemeente West Betuwe. Om hen te helpen bij het vinden van de juiste weg naar de gemeenteraad.

Noot 2: Beeldvormende bijeenkomsten zijn bedoeld om de gemeenteraad vroegtijdig op de hoogte te brengen van onderwerpen die (gaan) spelen. Nog voordat er echt uitgewerkte plannen zijn. Beeldvormende vergaderingen vinden zoveel mogelijk buiten het gemeentehuis plaats. Bijvoorbeeld in dorpshuizen, of zoals 9 januari in een school.

Noot 3: Gemeenschappelijk regelingen zijn organisaties waarin meerdere gemeenten met elkaar samenwerken om een of meerdere gemeentelijke taken uit te voeren. Het gaat dan om taken die je als gemeente wel moet doen maar die je (vaak) niet alleen kan doen omdat ze bijvoorbeeld heel specialistisch zijn of omdat het veel duurder is als je niet samenwerkt. Er zijn een aantal verplichte samenwerkingen waar we als gemeente aan mee moeten doen. Zoals de Veiligheidsregio Gelderland Zuid (Politie, brandweer, ambulancezorg), de GGD (met Rivierenland en Rijk van Nijmegen) en de Omgevingsdienst Rivierenland (de 8 regio gemeenten en de Provincie Gelderland). Daarnaast zijn er samenwerkingen waarvoor we (soms al in een ver verleden) zelf voor gekozen hebben. Een voor veel inwoners bekende/beruchte is de AVRI die de afvalinzameling regelt. Maar ook Werkzaak die voor gemeenten de bijstand uitvoert en mensen naar werk probeert te begeleiden. De regelingen worden bestuurt door wethouders/burgemeesters van de deelnemende gemeenten. De invloed van 1 gemeente is echter klein, hoe meer deelnemers hoe kleiner. En de invloed van de gemeenteraden nog minder. Hoe wij als raadsleden beter ‘grip’ krijgen op deze regelingen is een voortdurende discussie (en niet alleen in West Betuwe/Rivierenland, heel Nederland worstelt hier mee) en ook voortdurend in verandering.

Bezinken – Bezinning – Nieuwe energie en over schapen, bokken en barmhartigheid

Hoe kan het dat ruim 2 miljoen van mijn landgenoten kiezen voor een partij die doelbewust mensen uitsluit? En met absurde voorstellen voor de toekomst van Nederland komt?

Die vragen spelen sinds woensdag 22 november door mijn hoofd. Ik had tijd nodig om het te laten bezinken.

Afgelopen zondag woonde ik voor het eerst in zeer lange tijd een katholieke kerkdienst bij.  Even tijd voor bezinning.

Het was de slotviering in de Suitbertuskerk aan de Stationsweg in Geldermalsen. Waarvoor ik was uitgenodigd als vertegenwoordiger van de fractie van D66 in de gemeenteraad van West Betuwe. Ook de burgemeester en vertegenwoordigers van een aantal andere fracties waren aanwezig.

Een bijzondere viering, met dit keer een volle kerk. De laatste kerkdienst in het in 1949 in gebruik genomen kerkgebouw. Na bijna 75 jaar zijn er anno 2023 onvoldoende kerkgangers en vrijwilligers om nog langer kerkdiensten in Geldermalsen te kunnen houden.  Het was aan de ene kant droevig, met name voor de pastoor en zijn parochianen, aan de andere kant tocht ook feestelijk. Met prachtige zang en rituelen. Dat is het voor een van origine protestant natuurlijk al gauw als je Katholieke erediensten vergelijkt met de protestantse.

De ontkerkelijking treft de Katholieke kerk hard in Nederland, ook in de Betuwe. Bij de Protestantse kerken gaat het iets minder hard. Alleen de Reformatorische kerken lijken nog stand te houden.

Nederland is geen gelovig land meer.

Dat constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in maart 2022. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland en dat heeft gevolgen voor de samenleving. De ontkerkelijking leidt tot nieuwe verhoudingen. Misschien zijn we allemaal wel zoekende. Maar is dat ook een verklaring waarom een partij die één bepaalde religie wil uitsluiten anno 2023 zoveel onverholen steun krijgt?

Zondag in de Suitbertuskerk was er dus tijd voor bezinning. En om luisteren naar de schriftlezing uit het evangelie van Mattheus 25, 31-40: de gelijkenis van de schapen en de bokken.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker. Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen: Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken? De Koning zal hun ten antwoord geven: Voorwaar Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.

In feite zegt deze tekst: wie God lief heeft, heeft ook zijn medemens lief. Je bent barmhartig voor je medemens in nood. Je zorgt voor je medemens die honger heeft, of dorst, biedt onderdak aan de vreemdeling, zorgt voor kleding als daar nood aan is en je bezoekt zieken en gevangenen.

Het christendom in drie zinnen uitgelegd.

Voor wie net als ik is opgegroeid in de (vrijzinnige) Hervormde Kerk een bekend en vertrouwd verhaal. Net als de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan die nog meer over het helpen van vreemdelingen in nood gaat. Wat gezien kan worden als de basis van het VN-vluchtelingenverdrag uit 1951.

Waarvan kennelijk meer dan 2 miljoen Nederlanders vinden dat dat verdrag opgezegd moet worden.

Want dat staat in het verkiezingsprogramma van de partij waarop zij stemden.

Ik heb die zondagmiddag dat programma weer eens goed gelezen. Dat hadden meer mensen kunnen doen voor ze hun stem uitbrachten want het is nog veel erger dan ik me herinnerde. Naast dat opzeggen van het VN-verdrag heeft men de brutaliteit om in de grondwet te willen laten vastleggen dat onze joods-christelijke en humanistische wortels de dominante en leidende cultuur moeten vormen in Nederland.

Hoezo Humanistisch? Dat is het misbruiken van het humanisme want dat gaat juist uit van individuele vrijheid voor iedereen en sluit niemand uit.

Hoezo joods-christelijke wortels? Dat beweren is herschrijven van de geschiedenis. Volgens historicus Frank van Vree leert de politieke en sociale geschiedenis van Europa ons dat de joods-christelijke traditie een idee-fixe is. Sterker nog: waar het christendom verscheen, waren joden hun leven niet zeker. Christelijk Europa was de joden vrijwel overal buitengewoon vijandig gezind. In sommige landen werden de joden verjaagd en vervolgd, in anderen leefden ze in afzondering, tot ver in de 20ste eeuw werden ze beschouwd als vreemdelingen. De Holocaust was een afgrijselijk dieptepunt.

Blijven de christelijke wortels over. De essentie daarvan, barmhartigheid, is ver te zoeken.

Er worden meer pogingen gedaan om de geschiedenis te herschrijven. Bijvoorbeeld door de excuses voor het slavernijverleden en de politionele acties te willen intrekken. Alsof deze daardoor niet bestaan hebben.

Er zijn absurde voorstellen. Zoals het stoppen met kunst en cultuur subsidies (leuk hoor als je muziek- of toneelclub moet stoppen en de bibliotheek verdwijnt). Politieke neutraliteit van leraren eisen (komt er soms weer een meldpunt voor ‘linkse’ leraren?). Islamitisch onderwijs verbieden (hoezo vrijheid van godsdienst?). De Publieke Omroep afschaffen (worden we helemaal overgeleverd aan de commercie). Hoe zouden de vele Oekraïners in Nederland, en diegenen die hen onderdak bieden, denken over het standpunt om geen geld en defensiematerieel meer naar Oekraïne te sturen? Wie is gebaat bij het verhogen van de maximumsnelheid naar 140 km? Wie bij het ruim baan geven aan Schiphol? Of bij een Nexit? Nederland uit de Europese Unie?

Het is nog steeds niet helemaal bezonken.

Het heeft denk ik nog wat meer tijd nodig.

En dan gaan we er gewoon weer met nieuwe energie tegenaan.

En laten we ons de barmhartigheid niet afpakken!  

Noot: https://www.nrc.nl/nieuws/2010/03/27/beroep-op-joods-christelijke-traditie-lijkt-vanzelfsprekend-11869347-a685650 Frank van Vree is historicus en was als hoogleraar journalistiek verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een verkorte versie van een lezing, gehouden voor het Menasseh ben Israel Instituut.

Over nog geen half zakje drop…en het nut van de lokale lastenmeter

Bij de begrotingsbehandeling door de gemeenteraad is het OZB tarief bijna altijd wel een ‘dingetje’ om over te discussiëren. Met name de rechterflank van de lokale politiek wil de OZB zo laag mogelijk houden. En is bereid om daarvoor op voorzieningen van en voor inwoners te bezuinigen of die zelfs totaal te schrappen.

Al meerdere jaren voeren we in West Betuwe het beleid dat we alleen een inflatiecorrectie toepassen bij het vaststellen van de OZB. Dat is ook vastgelegd in het coalitieakkoord dat ik namens D66 mocht afsluiten met Dorpsbelangen, de ChristenUnie en Verenigd West Betuwe. In het voorstel voor de begroting 2023 zat dan ook een inflatiecorrectie van 8,7% voor de OZB. Niet vreemd natuurlijk gezien de huidige inflatiecijfers.
Aangevoerd door de SGP kwam de gehele oppositie vlak voor de vergadering met het voorstel hier 3% van te maken. Om de begroting weer kloppend te maken, er komt dan immers minder geld binnen, werd voorgesteld verschillende zaken te schrappen. Waaronder steun voor dorpskernen, dorpshuizen en investeren in duurzaam onderhoud van gebouwen. Verbazingwekkend genoeg ging de linkerflank van de politiek hierin mee.
Het blijft altijd lastig om een voorstel dat pal voor een vergadering wordt aangeleverd goed te kunnen beoordelen. Gelukkig bleek het gevoel dat ik er bij had, en mijn globale berekening, redelijk te kloppen. Bij een inflatiecorrectie van 8% zou dat volgens mij neerkomen op een tarief van circa 42 euro extra per jaar voor een woning van circa 4,5 ton. Nog geen euro per week (80 cent) zo hield ik mijn collega raadsleden voor.

Of zoals oud PvdA fractievoorzitter Wim Timmermans ooit in de gemeenteraad van Geldermalsen stelde: nog geen zakje drop.

Ik moet toegeven, deze losse pols berekening was niet helemaal correct. Dat kwam omdat ik van 8 % was uitgegaan ipv 8,7 en in de gauwigheid ook vergeten was rekening te houden met de 3% in het last minute voorstel van de SGP. Gelukkig kunnen we het dankzij onze eerdere motie (met dank aan mijn voorgangster Ashley Karsemeijer) voor de invoering van de lokale lastenmeter, via de gemeentelijke website preciezer uitrekenen. Die 80 cent die ik eerder had berekend bleek toen slechts 50 cent per week te zijn.

Bij die preciezere berekening ging ik uit van een woning met een WOZ waarde van circa 413.000 euro. Daarvoor betaal je 455 euro OZB. De inflatiecorrectie van 8,7 % betekent dus een verhoging met bijna 39,59 euro. De in het amendement voorgestelde 3 % kost dan 13,65. Het verschil tussen wat de coalitie voorstelde en wat de oppositie wilde is dus slechts 25,94 euro. Per jaar. Oftewel 50 cent per week.

Zelfs nog geen half zakje drop hoor ik Wim Timmermans zeggen.

Er werd gesproken over een ‘enorme’ lastenverzwaring die ongekend en schandalig zou zijn. Nou ja, men maakte zich alleen druk over de ‘verhoging’ van de OZB, niet over die van de leges. Zelfs niet toen de wethouder financiën nog eens uitlegde dat die 8,7% inflatiecorrectie ook voor de leges gold (zoals voor uw paspoort of vergunning). Men had louter aandacht voor de. Het cadeautje van die 50 cent per week zou namelijk alleen bij hen terecht komen. Of dat nou de groep mensen is die dit geld het hardst kan gebruiken? Wederom, verbazingwekkend dat de SGP de linkerflank hierin had meegekregen.

Wat hiervan te denken?

De opstellers van het amendement snapten het zelf niet? Dat zou heel goed kunnen want de bezuinigingen die bedacht waren om het door het voorstel ontstane tekort te dekken bestonden grotendeels uit ‘incidenteel’ geld. Daarmee was de begroting voor 2023 inderdaad kloppend te maken. Maar er was niet voorbij volgend jaar gedacht, niet aan de lange termijn. In de begroting voor 2024 en verder zat een groot tekort wat om nog meer schrappen van gemeentelijk beleid zou vragen.
Of waren de opstellers van het amendement bewust met een last minute voorstel gekomen dat voor de gehele oppositie aantrekkelijk leek omdat daarmee net als in omliggende gemeenten met geld gestrooid ging worden? Al was het maar een luttele 26 euro? En ook nog niet eens voor alle huishoudens? Met als doel om speerpunten uit het door de coalitie gewenste beleid voor West Betuwe te schrappen?

U mag het zeggen/denken.

Ik ben in ieder geval blij met de uitkomst van de begrotingsbehandeling, al hadden we daar helaas tot net voor middernacht de tijd voor nodig. De coalitie van D66, Dorpsbelangen, ChristenUnie en Verenigd West Betuwe koos voor gerichte ondersteuning daar waar de nood hoog is en niet voor een cadeautje voor huizenbezitters. We namen de woorden van de wethouder financiën ter harte. Want, zoals hij de gemeenteraad waarschuwde: het uitkleden van het beheer van voor inwoners belangrijke voorzieningen gaat niet ongestraft. Dat keert zich als een boemerang in de toekomst financieel tegen je.
En ik ben blij dat we die lokale lastenmeter. Rekent u het zelf ook maar eens na voor de eigen situatie

https://westbetuwe.lokalelastenmeter.nl/app/#/inwoners/huidige-situatie/1

NB: er is altijd veel ophef over de hoogte van de OZB. Deze maakt echter deel uit van een veelvoud aan belastingen/heffingen die inwoners betalen en waarvoor diensten worden geleverd. Zo berekent u bij de lokale lastenmeter naast de OZB ook de kosten voor het riool (dat uw afvalwater netjes afgevoerd en overtollig regenwater opgevangen wordt) en voor het ophalen van afval door de AVRI. Al met al een fikse rekening, vinden sommigen. Maar waar de OZB slechts zo’n 30% deel van uitmaakt. De vergissing die wordt gemaakt is dat als die rekening op de deurmat valt (dan wel online binnenkomt) men denkt dat het totaalbedrag de OZB betreft. Binnenkort worden we allemaal weer ‘verrast’ met deze gemeentelijke ‘belastingen’ waar ook nog eens de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing van het Waterschap bij zitten. Hiermee betalen we allemaal mee aan schoon water, afvoer van water, het ophalen en verwerken van ons afval en de vele voorzieningen in onze gemeente. Van het onderhoud van groen, het bouwen en onderhouden van scholen en de aanleg van wegen tot de instandhouding van bibliotheekvoorzieningen, dorpshuizen, sportvoorzieningen en armoedebestrijding. Want gratis bestaat niet.

Mijn RES kater

Historicus Rutger Bregman richtte zich woensdag 29 januari tot alle Nederlanders met ‘Het water komt’. Hij wijst op de noodzaak nu besluiten te nemen om te voorkomen dat ons land voor een groot deel volloopt met water. Anderhalve dag eerder kwam ik samen met andere raadsleden uit de gemeenten in de regio Rivierenland naar het stadhuis van Culemborg om geïnformeerd te worden over het zogenaamde concept Regionale Energiestrategie (RES) bod. We zouden te horen krijgen wat we in Rivierenland gaan doen om het water, waarover Bregman het heeft in zijn brief, tegen te houden. Ik ging daar weg met een enorme kater.

Het voorstel dat de stuurgroep RES Rivierenland (met daarin wethouders van de Rivierenlandse gemeenten) durfde te presenteren was ronduit teleurstellend. In het concept zijn alleen die windmolens en zonneparken opgenomen die al gebouwd zijn of een vergunning hebben. In totaal 35 windmolens en 180 hectare zonneparken (de zonnepanelen op daken vallen niet onder de RES). Bij elkaar zorgen ze voor een reductie van slechts 26% CO2. In feite was ik boos, wat ik toch echt niet snel ben.

Al vanaf 2018 wordt er in de regiogemeenten gepraat en onderzocht met inwoners en raadsleden (bijvoorbeeld in ruimte ateliers) over het opwekken van groene energie t.b.v. CO2-reductie. Immers, er staat ons een grote opgave te wachten. In 2030 moeten we een reductie van maar liefst 49% ten opzichte van 1990 zien te halen. In juni moeten we in het concept RES bod laten zien hoe we dat in Rivierenland denken te bereiken. Met 26% zijn we er bij lange na nog niet. En hoe we in 2030 de benodigde 49% gaan behalen blijft koffiedik kijken want de stuurgroep durft geen voorstellen te doen over hoe en vooral ook waar de benodigde windmolens en zonneparken zouden kunnen komen. In het volgende RES plan, medio 2021, denkt de stuurgroep nog een volgende stap te kunnen maken met nog eens 30 windmolens en 280 hectare zonneparken. Samen met die uit de concept RES gaat dit een reductie van 37% in 2030 opleveren. Nog steeds geen 49% en nog steeds geen indicatie van waar.

Helaas wordt de noodzaak tot CO2-reductie nog steeds door velen ontkent dan wel niet urgent gevonden. Of men vindt maatregelen wel nodig maar niet in de eigen gemeente. Of er is uitstelgedrag uit angst voor weerstand onder inwoners tegen het verrijzen van windmolens en de aanleg van zonneparken in hun directe leefomgeving. Ik zie dit in West Betuwe gebeuren maar gezien wat ik hoor over hoe andere regio’s in Nederland hun RES invullen zijn ook daar de (lokale) bestuurders ‘besmet’.

Precies 25 jaar nadat de badkuip Rivierenland bijna was volgelopen, en we met z’n ruim tweehonderdduizenden moesten evacueren, lijken de reële risico’s van klimaatverandering en de noodzaak tot actie nog steeds niet voldoende doorgedrongen te zijn. In ieder geval niet bij de bestuurders die besluiten moeten voorstellen. Ze durven (nog) niet de benodigde stappen in gang te zetten. En dat neem ik ze kwalijk. Wij raadsleden mochten wel discussiëren over soorten locaties die geschikt zouden zijn maar vooral geen specifieke locaties noemen want dat zou onrust kunnen veroorzaken, zo was de impliciete boodschap waarmee we in groepjes op pad gestuurd werden.

Op 19 februari gaan we dit proces nog eens dunnetjes over doen in West Betuwe. Als we dan naar de ambitie voor de gemeente West Betuwe kijken om al in 2030 energie neutraal te willen zijn, 20 jaar eerder dan het landelijke streven, dan lijkt er niets anders op te zitten dan een West Betuwse RES op te stellen waarmee we in ieder geval onze eigen ambities waarmaken. En voor wie moeite heeft met knopen doorhakken en locaties bepalen? Misschien helpt een lokale burgertop. In Ierland hebben ze daar goede ervaringen mee. De uitkomsten zullen echter niet verrassen, denk ik. Met een beetje gezond verstand komen ze er vast wel uit. Dat hebben de lokale ruimteateliers (in feite een aantal mini-burgertopjes) in feite al bewezen.

Lokale winkeliers de dupe

Je kan het wel of niet eens zijn met iets, maar anderen jou manier van leven (die allang niet meer breed gedragen wordt) opleggen, dat kan echt niet. In een democratie hou je rekening met elkaar. Zelfs een pilot over de zondagsopenstelling is in de gemeente Geldermalsen nog steeds onmogelijk. Daarmee ontken je de werkelijkheid. Ten koste van winkeliers die zich aan de veranderende wereld proberen aan te passen. Heel erg jammer.

In de gemeenteraadsvergadering van gisteravond (30 oktober) hebben we als fractie van D66, samen met de overige oppositiepartijen, een laatste poging gewaagd om de raadsleden van Dorpsbelangen, het CDA en de SGP over te halen tegemoet te komen aan de wens van winkeliers in het centrum van Geldermalsen: een pilot van twee koopzondagen in de feestmaand december.

Helaas wilden zij aan deze in onze ogen zeer bescheiden wens niet tegemoetkomen. Daarmee is het winkelhart van Geldermalsen nog verder in een uitzonderingspositie gedwongen. Van eerlijke concurrentie voor lokale winkeliers is steeds minder sprake. Elders in den lande maken fracties van het CDA en de SGP andere keuzes. Zij dwingen winkels niet om tegen hun zin gesloten te blijven. Dat juist een zich lokaal noemende partij zoals Dorpsbelangen niet voor lokale ondernemers wil opkomen is niet te begrijpen. In de verkiezingsstrijd 12 koopzondagen aankondigen en je tegelijkertijd verschuilen achter een coalitieakkoord dat ruim vier jaar oud en na 21 november niet meer relevant is, is niet uit te leggen.

Als D66’ers hebben we wel vertrouwen in die ondernemers. Zij kunnen heel goed zelf beoordelen of er behoefte is aan een of meerdere koopzondagen. De voorgestelde pilot was niets meer en niets minder dan een pilot. Een voorzichtige poging om lokale ondernemers een sterkere positie te geven ten opzichte van hun concurrenten in omringende gemeenten.

Na de verkiezingen van 21 november worden de kaarten opnieuw geschud. De vraag is of in de toekomst nog steeds een minderheid in staat zal blijven om hun manier van leven op te leggen aan een meerderheid die graag andere keuzes wil kunnen maken. Voor D66 staat die keuzevrijheid juist voorop, met respect voor zij die andere keuzes maken. Respect dat wederzijds hoort te zijn en niet eenrichtingsverkeer zoals nu het geval is.

Over overduidelijke foute en helaas onweersproken aannames

Zomaar een zinnetje in een artikel in de Gelderlander over de vertrekkende burgemeester van Geldermalsen. ,,Alle vrijkomende huurwoningen gaan naar statushouders.’’ Een aanname van de geïnterviewde die onjuist is maar het staat er wel en wordt niet door de redactie rechtgezet. En zo wordt dit voor menig lezer de waarheid.

Dat is uitermate jammer. Niet alleen vanwege de stigmatiserende werking richting statushouders (ze pikken al onze huizen in, is dan al snel de gedachte). Het heeft ook tot gevolg, zo hebben we in de dorpen Meteren en Beesd helaas gemerkt, dat plannen om nieuwe sociale – en dus betaalbare – huurwoningen te bouwen op verzet uit de buurt stuiten. Het lijkt wel of ‘huurwoning’ een vies woord geworden is. ‘Niet bij mij in de straat want daar komen alleen maar asielzoekers in en dan daalt de waarde van mijn koophuis’.

Ja er gaan sociale huurwoningen naar statushouders. Met Kleurrijk Wonen is de afspraak gemaakt dat het om niet meer dan 10% van de vrijkomende woningen mag gaan. Dus 1 op de 10 woningen en niet alle vrijkomende huurwoningen zoals gesteld wordt. Het is wel begrijpelijk dat de regelmatige toewijzing van een huurwoning aan een statushouder maakt dat mensen die zelf op een (beter geschikte) huurwoning wachten zich gepasseerd voelen. Daar hebben ze gelijk in ook. Elke woning voor een statushouders is een woning minder beschikbaar voor de ‘gewone’ woningzoekenden. Tenzij we natuurlijk extra huurwoningen bouwen. Daar pleiten we al jaren voor en uiteindelijk heeft dit resultaat gehad. Ja we mogen nu in de gemeente Geldermalsen 50 extra huurwoningen bouwen en nee die zijn niet specifiek voor statushouders. We vergroten de sociale huurwoningenvoorraad met 50 stuks, daarmee komen er meer huurwoningen beschikbaar voor de lokale vraag en voor statushouders.

Wij begrijpen ook dat het moeilijk te verteren is als woningzoekenden zien dat sociale huurwoningen verkocht worden. Ook het zogenaamde passend toewijzen (de sociale huurwoningen met de hoogste huren zijn niet meer voor iedereen beschikbaar) verkleint de keus voor de mensen met de kleinste beurs. Met name in de kleinere dorpen van onze gemeente bleken sociale huurwoningen te verdwijnen, er komen geen anderen voor terug. Terecht dat men zich hier zorgen over maakt. Dat doet de gemeenteraad van Geldermalsen zich ook.

Vandaar dat op verzoek van de raad een extra afspraak met Kleurrijk Wonen is gemaakt: bij het vrijkomen van huurwoningen in de kleinere dorpen Acquoy, Buurmalsen, Tricht, Rhenoy, Rumpt, Deil, Enspijk en Gellicum worden deze eerst te huur aangeboden. Pas indien na twee maanden zich geen huurder gemeld heeft mag verkocht worden. Onlangs presenteerde de verantwoordelijk wethouder de cijfers. Van de in de afgelopen tijd 27 in deze dorpen voor verhuur vrijgekomen woningen bleken alle 27 woningen weer verhuurd te zijn. Daarmee is de verkoop van 7 sociale huurwoningen die op de nominatie stonden om verkocht te worden voorkomen. Tevens is aangetoond dat, in tegenstelling tot wat bij sommigen de verwachting was, er wel degelijk behoefte is aan woningen in die kleine dorpen.

Jammer dat dit niet in de krant staat want in het kader van efficiency neigen woningbouwcoöperaties hun werkzaamheden te concentreren en wordt daarmee indirect extra vergrijzing in de dorpen in de hand gewerkt. Jongeren trekken noodgedwongen weg. Meer aandacht voor de pogingen van onder andere de gemeenteraad van Geldermalsen om dit tegen te gaan zou de Gelderlander sieren.

NB: Bovenstaande heb ik als ingezonden brief naar de redactie van de Gelderlander gestuurd. Geen enkele reactie ontvangen, laat staan dat het geplaatst is. Vandaar maar via mijn persoonlijke blog.

Het keukentafelgesprek

Iedereen heeft het er opeens over, het keukentafelgesprek. Onlangs verscheen namelijk het rapport ‘Zicht op de Wmo 2015’ van het Sociaal Cultureel Planbureau. Met daarin de uitkomsten van onderzoek naar ervaringen van mensen (en hun naasten) die in 2016 bij hun gemeente voor zorg en ondersteuning (in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning uit 2015) aanklopten. In dit rapport staan ook de ervaringen van hun gesprekspartners, meestal leden van sociale wijkteams, die namens de gemeente met zorgvragers de zogenaamde keukentafelgesprekken voerden. Gesprekken die meestal bij mensen thuis ‘aan de keukentafel’ gevoerd werden en die helder dienden te krijgen of en zo ja welke zorg en ondersteuning nodig was.

De berichtgeving in de media hierover is nogal verwarrend met koppen zoals ‘Hulpbehoevenden vaak niet tevreden over diensten gemeenten’, ‘Bezorgde burger kan ei niet kwijt bij keukentafelgesprek’ en ‘Keukentafelgesprekken over zorgtaken werken goed, maar niet altijd’. Maar ik schrok toch wel van mijn ‘eigen’ Trouw dat op 25 oktober op de voorpagina kopte ‘Gemeente kan zorgtaak best aan’. Want mijn ervaring is dat lang niet altijd onze inwoners zich goed geholpen voelen.

Nadere bestudering van het rapport (Internet is wat dat betreft een uitkomst, het volledige rapport met alle bijlagen is direct te downloaden van de SCP-website *) verduidelijkt veel. Er gaat veel goed, maar ook veel niet. Een van de conclusies is veelzeggend: ondanks geboden hulp en ondersteuning kon een kwart van de WMO-melders niet het huishouden doen. Laat die 25 % even op je inwerken. Als we dat cijfer vertalen naar de gemeente Geldermalsen gaat dit al gauw om ruim 200 huishoudens (er waren in 2015 837 huishoudens met 1 of meer vormen van WMO-hulp en ondersteuning).

Wat het SCP-rapport ook meldt is dat er geen gegevens zijn van mensen die wel hulp nodig hebben maar afgewezen worden of de gemeente niet weten te vinden om hulp aan te vragen. Uit ander onderzoek blijkt dat het in het algemeen nog steeds slecht bekend is dat je bij de gemeente kunt aankloppen voor hulp en ondersteuning. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van de mantelzorgers in het SCP-onderzoek aan dat er tijdens het keukentafelgesprek geen aandacht voor (overbelasting van) mantelzorgers is. Het rapport wijst er ook op dat er met name in kleinere en minder stedelijke gemeenten een gebrek aan kennis van specifieke doelgroepen is. Dit blijkt bovendien een hardnekkig probleem, ook in de WMO-evaluaties over 2007-2009 en 2010-2012 werd al gevonden dat gemeenten moeite hadden om de problematiek van mensen met psychische klachten en dementie goed in beeld te krijgen.

Dit alles is voor mij en mijn fractie voldoende om aan te nemen dat het aantal huishoudens dat niet (voldoende) hulp en ondersteuning krijgt nog hoger ligt. Dit bevestigt ook onze vermoedens dat er, ondanks de inzet van velen, nog te veel niet goed gaat. Vermoedens die wij al langer hebben, wij krijgen hierover veel signalen vanuit de lokale samenleving. Vermoedens die wij regelmatig geuit hebben, maar die vooralsnog niet door de verantwoordelijk wethouder herkend worden. Specifieke casussen die wij aandragen worden afgedaan als uitzonderingen. In onze ogen zijn ze slechts het topje van een ijsberg. Hoe groot? Niemand die het weet. Vragen die wij stelden om meer duidelijkheid te krijgen worden, ook door een aantal andere raadsleden, gezien als lastig en tijdrovend gezeur.

Helaas bleek er, ondanks de door ons ingediende en door alle partijen ondersteunde motie om de uitvoering van de nieuwe WMO (en jeugdzorg) goed te monitoren, geen uitvoering aan de motie gegeven te zijn. Als raadsleden visten we daardoor in het donker. Hoe ging het nu echt met de uitvoering? Het enige wat wel duidelijk werd waren de cijfers. We bleven binnen het budget dus alles ging prima, aldus de wethouder.

Wij waren er niet gerust op gezien de signalen die wij opvingen. Tijdens het zomerreces van 2016 spendeerden wij al veel tijd aan verder onderzoek hiernaar. We gingen ook in gesprek met organisaties en individuele personen werkzaam in het veld. Ook met de verantwoordelijk wethouder en betrokken ambtenaren. We lieten ons (toen nog) geruststellen maar bleven alert. De signalen werden echter steeds meer en luider en in juni en juli van dit jaar volgden nog eens een tweetal rechterlijke uitspraken die onze bange vermoedens bevestigden.

Er werd onvoldoende onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke zorgbehoefte van inwoners, bovendien werd de term ‘eigen kracht’ van mensen veel te ruim geïnterpreteerd waardoor veel zorgvragen niet (voldoende) werden beantwoord. Met name zij die een persoonsgebonden budget (PGB) hebben of wilden ervoeren nogal wat problemen. Dat resulteerde in nog meer en nu echt officiële vragen aan de wethouder. De antwoorden waren geenszins bevredigend en voldoende reden om deze zomer en dit najaar nogmaals gesprekken met het veld te zoeken. Ondanks wellicht goede voornemens zijn de problemen hardnekkig.

Het SCP-rapport is (helaas) een bevestiging van onze ervaringen.

Dat de door ons gesignaleerde problemen niet uitzonderlijk zijn en ook in andere gemeenten spelen mag echter geen reden zijn om achterover te leunen. Een gemeente die pretendeert een sociaal gezicht te hebben dient alles in het werk te zetten om het beter te doen. Het gaat immers om onze meest kwetsbare (en vaak ook eenzaamste) inwoners.

De kop en het stuk in mijn krant, dat aangeeft dat ‘de gemeente’ de zorgtaken best aankan, verdiende in ieder geval deze hele grote nuancering.

 

NB: Er ging natuurlijk heel wat aan de huidige situatie vooraf:

Ik kan me de discussie in 2014 nog goed herinneren. Gemeenten gingen veel zorgtaken van de rijksoverheid overnemen. En natuurlijk beter doen want als lokale overheid staan we immers veel dichter bij de inwoners en hebben we beter zicht op wat nodig is en ook wat er lokaal aan ondersteuning te bieden is. Het idee was ook dat als mensen de juiste zorg en ondersteuning krijgen, ook als dit meer kost of anders is dan waar in eerste instantie om gevraagd werd, kunnen zij langer zelfstandig blijven. Wat uiteindelijk de kosten in de zorg zal drukken. Dat is goed voor de mensen zelf en goed voor de samenleving in zijn geheel.

Zorg op maat, kwaliteit, keuzevrijheid, eigen regie en vertrouwen waren veel gebezigde termen. Vertrouwen in burgers door hen zoveel mogelijk de zorg middels een persoonsgebonden budget te laten regelen, waardoor meer maatwerk mogelijk is en dat bovendien goedkoper voor de gemeente is (PGB zorg is in principe goedkoper dan zorg in natura waarbij ook voor de overhead van grote organisaties wordt betaald). Vertrouwen in de professionals in het veld. De welzijnswerkers, wijkverplegenden, huishoudelijke hulpen etc. Zij weten zelf heel goed wat er nodig is.

En er kwam het keukentafelgesprek. Bij de mensen thuis, in een veilige omgeving, met als doel niet alleen de vraag helder te krijgen maar juist ook de vraag achter de vraag. Immers, we gingen ervan uit dat mensen vaak niet durven aan te geven wat het echte probleem is. Beter vroegtijdig wat extra hulp dan achteraf nog hogere kosten moeten maken omdat mensen te laat geholpen worden. Een gesprek op basis van gelijkwaardigheid aan de keukentafel zou dit naar boven moeten kunnen halen.

Als gemeenteraad werden wij goed bij de plannen betrokken. En hoewel het een flinke klus zou worden, in feite had iedereen – ambtenaren, wethouders, raadsleden, WMO-raden – er redelijk veel vertrouwen in dat het goed zou gaan. De grootste zorgen waren of we de verwachtte toestroom aan hulpvragen wel aan zouden kunnen en of er wel voldoende budget zou zijn. De Rijksoverheid had namelijk bedacht dat gemeenten het vast goedkoper zouden kunnen doen en al op het budget voor de WMO (en Jeugdzorg) gekort. ,,We moeten het wel met dat budget zien te doen,’’ zo herinner ik me de waarschuwing van toenmalig wethouder Wim Hompe. We moesten als raad er niet op rekenen dat er vanuit andere budgetten zou worden bijbetaald. Het kon niet zo zijn dat het geld voor de lantarenpalen aan zorg besteed zou worden.

Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder. En houden we al jaar op jaar geld over op de WMO. Geld dat niet alleen hier maar ook in andere gemeenten in de grote pot komt en wellicht besteed wordt aan eerdergenoemde lantarenpalen. Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het natuurlijk prima dat we in onze gemeente investeren in LED-verlichting voor de openbare verlichting, ware het niet dat de overschotten op het budget voor de WMO ons steeds ongeruster maakt. Want de signalen die we vanuit de lokale samenleving krijgen dat het lang niet altijd goed gaat liegen er niet om.

Het SCP-rapport merkt ook op dat minder mensen dan voor 2015 zich met een ondersteuningsbehoefte meldden bij de gemeente of hun melding uitstelden. Dat kan volgens de onderzoekers komen doordat men zich aangesproken voelde door het morele appel van de overheid of dat zij al bij voorbaat waren ontmoedigd door de berichtgeving in de media over veranderingen in de zorg. Zij losten hun problemen wellicht langer dan voorheen zelf op, in eigen kring. Dat heeft wel tot gevolg dat wanneer zij uiteindelijk toch bij de gemeente aankloppen zij een zwaardere zorgvraag dan onder de ‘oude’ WMO hebben en de inzet van zorg gemiddeld hoger komt te liggen dan voorheen. Probleem daarbij is wel dat in ‘het onderzoek’ nog steeds die eigen kracht van mensen overschat wordt of ‘de vraag achter de vraag’ niet boven tafel komt, bijvoorbeeld door gebrek aan kennis over specifieke doelgroepen bij de gespreksvoerders.

Het wordt dan ook de hoogste tijd voor een ‘keukengesprek’ in de gemeenteraad van Geldermalsen, nog beter in de gemeenteraden van de regio Rivierenland. Samenwerking is immers de sleutel naar meer kennis.

* https://www.scp.nl/Nieuws/Wmo_ondersteuning_droeg_bij_aan_redzaamheid_en_participatie_maar_niet_voor_iedereen

 

Het Trichts belang

Al meer dan vier jaar speelt het, het spoor Tricht. De Rijksoverheid wil, in het belang van ‘Nederland’ meer treinen laten rijden op het spoor Utrecht-Den Bosch. De Merwede Lingelijn, die voor een heel klein deel gebruik maakt van dat spoor, is een ‘verstorende’ factor. Het betreft het stukje van net ten noorden van het dorp Tricht tot aan het station in Geldermalsen. De plannen om dit deel van de Merwede Lingelijn een apart spoor te geven, het zogenaamde ‘vrijleggen’, heeft ingrijpende gevolgen voor het dorp Tricht en vele van haar inwoners. Want door het derde spoor moeten de twee overwegen in het dorp verdwijnen. En moet daar wat anders voor in de plaats komen.

Al jaren wordt er nu gesproken over dat wat in de plaats moet komen. Daarvoor is de gemeente, in de persoon van de wethouder en ondersteund door ambtenaren, in gesprek met ProRail en het ministerie. En roerden en roeren zich inwoners van Tricht in diverse groepen zoals de Dorpsraad en de werkgroepen Spoor Tricht en trilvrij Tricht dan wel individueel tijdens inloop/-inspraakavonden en in een ‘participatiegroep’ van ProRail. Allemaal om voor het belang van Tricht op te komen.

Maar wat is nu dat belang van Tricht?

Het belang van de huiseigenaar die het huis zal moeten verkopen omdat daar de toekomstige rondweg gepland staat en al lange tijd in onzekerheid leeft omdat er nog steeds niet bekend is wanneer en wat er nu precies gaat gebeuren? Het belang van de mensen die nu vrij en rustig wonen en straks waarschijnlijk pal naast die rondweg komen te wonen? Het belang van mensen die grond moeten afstaan ten behoeve van die rondweg? Het belang van de minder mobiele inwoner van het dorp die niet met al te veel omwegen naar de andere kant van het dorp wil kunnen gaan? Het belang van schoolgaande kinderen die nu gewend zijn om zelfstandig van en naar school en vriendjes en vriendinnetjes te kunnen gaan? Het belang van bewoners van de Lingedijk, die afsluiting voor autoverkeer van die drukke weg voor hun deur wel zien zitten? Het belang van de ondernemer op diezelfde dijk die zijn nering in gevaar ziet komen als hij daardoor slechter bereikbaar wordt? Het belang van inwoners van Tricht die gebruik maken van de trein om van en naar hun werk te reizen en een betere treinverbinding wel zien zitten? Het belang van de bewoners van een deel van de Nieuwsteeg die overlast vrezen door een tunnel onder het spoor en die bang zijn wellicht een deel van hun grond te moeten afstaan dan wel zelf slechter bereikbaar te zullen worden? Het belang van ondernemers die graag hun bedrijven bereikbaar willen houden? Het belang van de inwoners die graag zien dat zij snel bereikbaar blijven voor de hulpdiensten?

En dan is daar ook nog het belang van de vele scholieren die via Tricht van en naar hun school in Culemborg fietsen. En van de toerist van dichtbij en verder weg die met name in de bloesemtijd gebruik maakt van de schitterende route langs de Linge die ook door Tricht voert. En het belang van de treinreiziger die gebruik maakt van de route door Tricht. En het belang van de goederenvervoerder die zijn waren over het spoor laat vervoeren.

De afweging welke oplossing in Tricht het beste is, is een lastige. Met zoveel verschillende belangen is nooit iedereen tevreden met wat voor besluit dan ook genomen wordt.

In Nederland hebben we onder andere een lokale overheid die besluiten neemt waarbij zoveel mogelijk met alle belangen rekening gehouden wordt. We mogen er dan ook van uit gaan dat het gemeentebestuur van Geldermalsen in elk geval het belang van haar inwoners voorop zal stellen. En dat zij haar uiterste best doet om zoveel mogelijk uit de onderhandelingen met ProRail en de rijksoverheid te halen ten gunste van Tricht. Dat gemeentebestuur heeft in ieder geval veel beter zicht op al die verschillenden belangen dan een minister die, mocht met het gemeentebestuur niet tot overeenstemming worden gekomen, door middel van een Tracébesluit ‘beschikt’.  In dat geval telt het belang van de BV Nederland waarschijnlijk heel wat zwaarder dan het Trichts belang.

Grote zorgen over goede toegang tot zorg in Geldermalsen

Gemeenten krijgen belangrijke taken en verantwoordelijkheden op het gebied van werk, zorg en welzijn overgedragen vanuit het Rijk en de Provincies. De zogenaamde transities op het ‘sociaal domein’. Op dit moment is nog steeds niet helemaal duidelijk wat de gemeenten nu precies moeten gaan doen en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Zo vonden en vinden er nog debatten plaats in de Tweede en straks in de Eerste Kamer over de nieuwe wet op de Langdurige Zorg (WLZ) die de huidige AWBZ gaat vervangen. Desondanks zijn gemeenten al geruime tijd hard bezig met de voorbereidingen op de nieuwe taken. Ook de gemeente Geldermalsen, vaak samen met de regiogemeenten in Rivierenland, want voor veel taken zijn wij met 27.000 inwoners gewoon te klein om die helemaal zelfstandig uit te voeren.

Er blijft echter nog genoeg ruimte voor een specifieke Geldermalsense insteek. Dat we met sociale wijkteams moeten gaan werken ligt vast. Hoe die teams gaan werken en hoe zij voor de inwoners bereikbaar zijn kunnen we zelf bepalen. In een uitgestrekte en redelijk ‘dunbevolkte’ plattelandsgemeente zoals Geldermalsen zal dat immers anders gaan dan in stedelijke gebieden zoals in de buurgemeenten Culemborg en Tiel.

Over dat ‘hoe’ van de kernteams is uitgebreid nagedacht. Er is in het kader van de transities, mede op verzoek van D66, zelfs een speciale denktank solide transities in het leven geroepen met daarin raadsleden die specialist zijn op het ‘sociaal domein’, de verantwoordelijk wethouders, ambtenaren en ook een vertegenwoordiging van de Geldermalsense WMO raad. Mede naar aanleiding van het met elkaar ‘sparren’ in die denktank werd een groeinota sociale kernteams opgesteld die in mei van dit jaar door de gemeenteraad is vastgesteld.  Belangrijke uitgangspunten voor het sociale team waren dichtbij in de dorpen en wijken, laagdrempelig, zo weinig mogelijk bureaucratie en ruimte geven aan de professionals in het kernteam.

Wat schetste ieders verbazing tijdens de eerste bijeenkomst van de denktank na het (helaas lange) zomerreces toen bleek dat het college besloten had tot een flinke koerswijziging. Er was een plan van aanpak geschreven dat vooral rept over procedures opstellen en overige organisatorische zaken. In plaats vanuit de dorpen en wijken gaat het kernteam voorlopig vanuit het gemeentehuis werken. Van zichtbaar aanwezig en vindbaar te zijn wordt niet gerept. Het lijkt er op dat niet voor het centraal stellen van de burger, het huishouden en de buurt gekozen wordt, evenmin voor het eenvoudig en overzichtelijk organiseren, ook niet voor het samenwerken op basis van vertrouwen. Controle luidt het nieuwe devies. Vertrouwen in de zorgprofessionals lijkt ver te zoeken. Wat lijnrecht ingaat tegen de eerder vastgestelde groeinota en ook de binnen de regio Rivierenland afgesproken bredere visie.

Uitgebreid is in de danktank over deze plotselinge koerswijziging gesproken. Wethouder Niko Wiendels kon geen van de aanwezige raadsleden overtuigen. Hij wilde desondanks het plan van aanpak ongewijzigd bespreken in de commissie samenleving, 5 dagen later. Mede omdat de denktank ‘slechts’ een informele groep zonder status was, dus kon hij ook wat er nu gezegd was naast zich neerleggen. Dat gaf ons als raadsleden natuurlijk niet het idee dat wij serieus genomen worden. Wat toch gezien kan worden als een vorm van minachting.

Dat laatste was voor ons reden om voor te stellen de denktank dan maar af te schaffen. Daarin werden wij achteraf gesteund door onze griffier. Hij zei het niet met zoveel woorden maar de reden is natuurlijk dat als de wethouder raadsleden in een informelere setting zoals de denktank niet serieus neemt, we er beter aan doen alleen nog officiële vergaderingen te houden. De andere raadsfracties willen deze stap nog niet zetten.

In de commissie samenleving is de discussie over de kernteams opnieuw gevoerd en bleek de wethouder nog steeds van zins het plan van aanpak uit te voeren zoals het er lag. Met een aantal kleine wijzigingen/aanvullingen, maar ons grootste bezwaar werd niet opgelost. Het kernteam blijft voorlopig onzichtbaar voor onze inwoners. Andere ingangen naar informatie, zorg en hulpverlening blijven nog gewoon bestaan. Het was onduidelijk hoe de coalitiepartijen zich gaan opstellen. Het plan van aanpak werd nog niet rijp genoeg bevonden en komt in oktober opnieuw op de agenda. De trein ‘kernteam’ lijkt zich ondertussen voort te denderen op het door het college ingeslagen nieuwe spoor want de wethouder liet net als in de denktank tijdens de discussie niet blijken dat hij onze bezwaren echt serieus nam. Wat op zich natuurlijk al een kwalijke zaak is.

Belangrijker echter is het uitstel dan wel afstel dat dreigt voor een goede laagdrempelige, bereikbare, eenduidige toegang tot werk, zorg en welzijn voor onze inwoners. Reden voor mij en mijn fractiegenoot om de aanvraag voor het spoeddebat op dinsdag 16 september te ondersteunen. Wij zullen uiteraard, D66 eigen, de wethouder op de inhoud aanspreken. Mocht echter de wethouder weer blijk geven van het niet serieus nemen van de bezwaren van de raad dan zullen wij hem daar zeker op aanspreken.